VALKYRIES

De onorthodoxe denktank voor de moderne oorlogsvoering.

Uncategorized

‘Good Guys’ Make Bad Generals.

Kort geleden las ik dit artikel: http://www.theamericanconservative.com/articles/good-guys-make-bad-generals/, artikel wat ik wel de moeite waard vond om met u te delen omdat sommige aspecten wellicht nauw aansluiten op de Nederlandse krijgsmacht.  Om een lang verhaal kort te houden heb ik het  samengevat en tevens voor u vertaald.

Er mag geen twijfel over bestaan dat de Verenigde Staten over de beste en meest capabele krijgsmacht beschikt die de wereld ooit gekend heeft. De Amerikaanse burger heeft nog nooit zoveel vertrouwen gehad in de superioriteit van de Amerikaanse soldaat als heden ten dage. Eigenlijk is dit vrij onlogisch…., het Amerikaanse leger heeft namelijk, op een paar kleine schermutselingen na, sinds de Tweede-Wereldoorlog geen conflict meer gewonnen.

Ondanks de bezuinigingen op zijn krijgsmacht is er geen staat die ook maar een beetje in de buurt komt van de Amerikaanse defensie-uitgaven. Ook is er geen enkel ander land dat zo bereid is zijn militairen te laten vechten (behalve Israël en het Verenigd Koninkrijk). Toch mag Amerika niet al te fier doen over zijn overwinningen na 1945. In feite hebben zij alleen kleine staten als de Dominicaanse Republiek (1965), Grenada (1983), en Panama (1989) overwonnen. Wellicht zou de Eerste Golfoorlog (1991) 20 jaar geleden ook aan de overwinningslijst zijn toegevoegd, ware het niet dat de korte en glorieuze ‘Operation Desert Storm’ het begin van een eindeloze strijd was waar Amerika duizenden militairen zou gaan verliezen.

Invallen eindigen sinds WO2 niet meer in overwinningen. Doorslaggevende operationele successen om de vijand te verslaan worden door de politiek vaak afgekeurd. Er wordt meestal een oplossing bedacht waarbij het verslaan van de vijand ondergeschikt is aan een politieke oplossing. Zo leverde de koude oorlog nagenoeg geen overwinningen op, de Korea-oorlog eindigde in een kostbaar gelijkspel en de Vietnam-oorlog leidde tot een vernederende nederlaag met een zogenaamde politieke oplossing. De post-koude-oorlog era leverde een regelrechte mislukking op na de beschamende terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Somalië, nadat ‘s werelds machtigste militairen de benen moesten nemen voor een op hol geslagen menigte. En natuurlijk het dramatisch verloop van de Irak- en Afghanistan-oorlog die na 15 jaar nog steeds voortduurt. Hoe is het mogelijk dat ‘s werelds enige supermacht niet in staat is om al deze oorlogen/conflicten te winnen?

Het Amerikaanse leger kan vergeleken worden met een chronisch slecht presterend professioneel sportteam: het team ziet er op papier veelbelovend uit, maar is, om wat voor reden dan ook, niet in staat de klus te klaren. Ondanks de vele investeringen, een team vol talenten en een enthousiaste fan base komen de prestaties in het veld gewoonweg te kort voor wat nodig is om het kampioenschap te behalen.

Wat verklaart nou deze kloof tussen de schijnbaar potentiële en feitelijke prestaties? Op het moment dat de Amerikanen besluiten hun legers in te gaan zetten om te gaan vechten, waarom komen ze dan niet thuis met triomf?

In 1932 beschreef militair-historicus J.F.C. Fuller de belangrijkste essentiële eigenschappen van een succesvol generaalschap als “’moed, creatieve intelligentie en fysieke fitheid”. Bekroond journalist Ricks, bekend om zijn overtuigende analyse van de Irak-oorlog, maakte zich niet druk of Amerikaanse officieren wel of niet voldeden aan de vereiste fysieke fitheid. Maar hij betoogde wel dat sinds de Tweede Wereldoorlog de kwaliteit van de creatieve intelligentie binnen de hoogste regionen van het leger is gedaald. Ook de kwaliteit van samenwerking en civiel-militaire interactie tussen hoge officieren en senior civiele ambtenaren, wat essentieel is voor een effectief modern oorlogs-management, is onvoldoende. Militairen moeten zorgen voor het overwinnen van de vijand zodat de veiligheid gewaarborgd kan worden, alleen dan pas kunnen civiele (ambtelijke) instanties beginnen het land op te bouwen. Militairen gaan nog al te vaak op de stoel zitten van civiele instanties die veel beter inzicht hebben hoe een land weer op te bouwen. Tijdens WO2 begon men ook niet met heropbouwen voordat de Duitsers verslagen waren en er werden ook geen militairen voor ingezet.

Ricks geeft ook een verklaring waarom de kwaliteit van generaals is verslechterd. Het officierenkorps hanteert niet meer als voorheen zijn eigen beleid, althans niet de hogere echelons. Terugkijkend naar de Tweede Wereldoorlog ontsloegen generaals collega-generaals als zij slecht presteerden. Vandaag de dag is dat niet meer het geval, sterker nog, het is al jaren niet meer het geval. De ondergang van deze ethiek heeft een omgeving gevormd waarin mensen de top bereiken die eigenlijk niet geschikt zijn voor de verantwoordelijkheden die hen te wachten staan. Sterker nog, zelfs als zij het verknallen krijgen ze bescherming of zelfs promotie.

Om de top te bereiken als officier moet men toetreden tot een exclusieve club. Zoals bij zoveel clubs het geval is beslissen de invloedrijkste figuren de criteria die bepalen wanneer iemand wel of niet toe mag treden tot de club en of hij wel het juiste soort is. Volgens Ricks is de sleutel tot toegang wanneer je als ‘good guy’ beschouwd wordt. De good guy toont het gewenste gedrag, slaat de juiste houding aan en voldoet aan het cliché.  De good guys zijn de ideale teamspelers. Ze schoppen niemand tegen de schenen maar volgen zwijgend de kudde. In de praktijk betekent het naleven van de politiek correcte regels als eerste kwalificatie tot toelating. Ketters hoeven zich niet aan te melden.

Volgens Ricks: als je eenmaal binnen bent, dan ben je van goud. Met het lidmaatschap op zak komen de privileges en de bescherming. Dus wanneer door bepaalde gebeurtenissen de beperkingen van een generaal zichtbaar worden, zoals William Westmoreland in Vietnam of een Tommy Franks in Irak, worden andere hoge officieren gedwongen hun mond te houden zodat deze tekortkomingen niet naar buiten komen. Sergeanten of kapiteins die tekortschieten in hun optreden worden vaak met de botte bijl neergehakt; maar zo gaat het dus niet met de generaal die tekortschiet. Een teleurgestelde officier beschreef dit probleem tijdens de Irakoorlog als volgt: ‘’Zoals de zaken nu staan zijn de gevolgen voor een soldaat die zijn geweer verliest vele malen groter dan een generaal die de oorlog verliest”. Uiteraard is de betrokken officier nooit toegelaten tot de good guy-club.

For Marshall, war was the ultimate Darwinian environment, separating fit from unfit.

In het kielzog van de Korea-oorlog ontstond de nieuwe, politiek correcte, zakelijke generaal. Belichaamd door mensen als Maxwell Taylor en Taylor’s protegé William Westmoreland, ontstond zo de gladde officier, bureaucratisch onderlegd, matig intellectueel en alles behalve eerlijk. Taylor maakte er een gewoonte van om niet de waarheid te vertellen, maar in plaats daarvan te zeggen wat hij dacht wat gezegd moest worden. Westmoreland had dezelfde neiging om de waarheid te verduisteren, vooral over zaken die van invloed waren op zijn eigen imago en reputatie. Onder hoge officieren werd het steeds meer een verloren kunst om duidelijke taal te spreken. Het leger, volgens Ricks, was hard op weg om een organisatie te worden die geleid wordt door een groep officieren die elkaar allen het hand boven het hoofd houden.  Generaals handelden steeds minder als strijdbare commandanten die staan voor hun mannen en de bescherming van hun samenleving. Ook de moed ontbreekt hen hiervoor. Te bang om in verweer te komen tegen hun meesters. Zelfs als zij buiten dienst zijn vrezen zij nog de waarheid te verkondigen.

De belangrijkste oorzaak voor het Vietnam-debacle legt Ricks bij de generaals. Zij hebben het verpest. Zij hadden totaal geen kunde hoe zij de vijand moesten verslaan. Ze gebruikten methodes die onnodig wreed (agent Orange) en totaal contraproductief werkten. Op grote schaal probeerden zij hun civiele meesters te bedriegen en te manipuleren om hun reputatie te beschermen, wat bijdroeg aan een slechte civiel-militaire relatie. Hoge officieren die slecht leiderschap vertoonden en onkundig handelden werden gedecoreerd met medailles en promoties. Zo werd Westmoreland bevorderd tot stafchef van het leger.

Na hun slechte ervaring in het bevechten van opstandelingen in Zuidoost-Azië hadden de generaals een belangrijke les geleerd: dit nooit meer. De oorlog moest zo snel mogelijk vergeten worden. Daarom moesten ‘lessons learned’ zo snel mogelijk overboord gegooid worden waardoor toekomstige generaals in feite niks van de fouten konden leren.  Want een belangrijke les die de Amerikanen in Vietnam wel geleerd hadden was dat door het inzetten van hightech-wapens en massabombardementen geen guerrilla-leger vernietigd kon worden, helaas werd deze les nooit geleerd.

 

  1. Als ik hierop mag reageren met mijn opinie op dit bericht.
    Ik denk dat de beschrijving van het Amerikaanse leger een beeld is voor de buitenwereld die zo gecreëerd is als het er uit ziet.
    Intern binnen de militaire gelederen is iets geheel anders aan de hand.
    De macht en promotie en daarbij de nieuwe leiders die te vertrouwen zijn om legereenheden te trainen en te leiden hebben een andere betekenis gekregen na WWll en dit heeft directe betrekking op de werkelijke interne macht binnen Amerika die andere doelen nastreeft.
    Dit is trouwens een onderwerp waar ik met goedkeuring van Adm. later op wil terugkomen.

  2. Harry

    Ik denk hier ook vaak over na tegenwoordig. Me verdiepend in de 1e wereldoorlog, met name het Franse leger, zie je toch dat generaals niet te beroerd waren om slecht presterende generaals in 1914 en begin 1915 van hun troon te stoten en hun een nietszeggende functie gaven met name in Limoges. De zogenaamde “Limogés” Lekker ver van het front en uitgeschakeld. Dat Joffre vervolgens de order gaf om aan te vallen, nog eens aan te vallen en geen centimeter Franse bodem prijs te geven, maar liever te sterven waar je stond, heeft de generaals behoorlijk onder druk gezet. Verder zie je dat gaandeweg de oorlog de taktieken en stragegiëen werden aangepast en de soldaten en officieren beter getraind werden. En nog,tot het eind van de oorlog, haalden ze het niet bij de Duitse inzet en materieel overwicht.
    Ik denk dan ook dat de 2e wereldoorlog dan ook rap verloren werd door de Fransen, vanwege het trauma van 14-18. Een soort “dat nooit meer” onder de Franse politiek en legerleiding dat zijn uitwerking niet gemist heeft.
    Hetzelfde zien we bij de Nederlandse politiek en legerleiding. Na WW2 “dat nooit meer”. Een slechte insteek voor een leger, dat in staat moet worden geacht om “dat steeds weer” te doen waar het voor dient. Beveiligen van het eigen grondgebied. En zeg nou eerlijk, wat heeft de militaire top voor ervaring? Het zijn managers geworden in mooie pakjes en auto’s met chauffeur. Volgepropt met theoretische kennis, maar zijn het ook ijzervreters als het er op aan komt. Ik denk het niet. Zoals geen enkele generaal meer durfde op te staan tegen Hitler, zo durft een huidige generaal niet op te staan tegen de politiek.
    Het zou wat waard kunnen zijn als een generaal zei: ‘onmogelijk” “eerst goede spullen” “meer manschappen en specialisten” “waterdichte rules of engagement”anders kunnen we deze missie niet uitvoeren.

Geef uw mening

Thema door Anders Norén

%d bloggers liken dit: