Bij sessies van de Atlantische Commissie werden oud-ambassadeurs uitgenodigd om hun visie te geven over de problemen betreffende de regio waar zij vroeger gefunctioneerd hebben. Wat mij opviel was dat meerdere ambassadeurs aangaven dat er een keuze was tussen een politieke oplossing (praten, overleggen, wellicht nog economische sancties) en de inzet van militaire middelen. Waarbij bij de laatste optie meteen de militairen verantwoordelijk werden, voorbeelden hiervan zijn de inzet in Irak, Afghanistan en Libië. En kort samengevat; het waren die vermaledijde militairen die er een puinhoop van maakten.

De politiek bepaalt of er militairen worden ingezet. De wijze waarop wordt vastgelegd in een zogenaamde Artikel 100 brief. Deze is ook geschreven voor de inzet in Afghanistan, Mali en Irak. Maar de randvoorwaarden voor de inzet creëren, is ook een politiek proces. Zo kent de inzet in Mali een VN-mandaat waarin de doelen, de opdrachten maar ook de beperkingen samen met de rules of engament zijn vastgelegd.

Als de politieke ambitie, beschreven in de Artikel 100-brief voor de inzet van militaire middelen in Mali, o.a. is om de immigratie in te dammen en de georganiseerde misdaad inclusief de mensen smokkel een halt toe te roepen, dan zou dit een van de opdrachten aan ons inlichtingenorgaan aldaar hebben moeten zijn. Dan hadden onze Special Forces hier ook invulling aan hebben moeten geven.

De navolgende lijn zou dan moeten zijn gevolgd. Wij besluiten te participeren in een VN -missie in Mali. De Artikel 100 brief geeft, op basis van het mandaat aan, welke doelen er behaald zouden moeten worden. Onze eenheden voeren de opdrachten van de VN uit en als hierbij blijkt dat een deel van de opdrachten niet uitgevoerd wordt, dit door Defensie wordt gesignaleerd en gerapporteerd, waarop de Nederlandse politiek ingrijpt. Dan is er synergie tussen het mandaat, de nationale politieke ambitie (Artikel 100 brief), de opdrachten aan Minusma en uiteindelijk de daadwerkelijke uitvoering door, mede door ons ter beschikking gestelde, eenheden. Dan komt er ook draagvalk voor de missie.

Een ander voorbeeld. De slag om Mosul is aanstaande. Iedereen realiseert zich dat met deze slag de politieke problemen ineens veel groter gaan worden. Toch blijft men militairen de opdracht geven om bijv. via luchtsteun de operatie succesvol af te ronden. Dit voordat de politieke eindsituatie goed in kaart is gebracht. Wij kunnen zien dat allerlei partijen zich haasten om een deel van de koek op te kunnen eisen. En de vraag die zich bij mij aandient is, waar is de politiek? Of wordt er zo dadelijk weer, zoals een paar oud-ambassadeurs deden, achteraf kritiek geleverd en zo de schone schijn opgehouden dat de politiek schone handen heef? De internationale politieke voorwaarden zijn nog niet geschapen voor de aanval op Mosul.

Let op, na de val van Mosul krijgen militairen de schuld dat er een volgend conflict is geschapen en berichten de media over de missie in Mali dat de militairen niet succesvol zijn geweest. Maar de eigenlijke boodschap behoort te zijn, de politieke randvoorwaarden waren niet geborgd en de gestelde doelen werden bewust niet nagestreefd.

Met dank aan de Nederlandse Officieren Vereniging.

Link: http://www.nederlandseofficierenvereniging.nl/militaire-inzet-is-een-politieke-keuze-en-verantwoordelijkheid/