Militaire rouwdouwers namen in de derde eeuw het Romeinse rijk over. De senaat, de bestuurlijke elite van het Romeinse rijk, stond erbij en keek ernaar. Dat blijkt uit het onderzoek waarop van historica Inge Mennen op 9 februari promoveerde aan de Radboud Universiteit. Ze onderzocht de machtsverhoudingen in het Romeinse rijk tijdens de ‘crisis van de derde eeuw’. De senatoren verloren wel hun militaire macht, maar behielden hun status. Ondertussen heersten de soldatenkeizers over het rijk.

Soldatenkeizers
Inge Mennen bestudeerde de levens van de meest vooraanstaande mannen uit de woelige derde eeuw om zo te ontdekken hoe de machtsverhoudingen in het Romeinse rijk verschoven. Intellectuelen en elite, zowel uit de orde van de senatoren als de orde van de ridders, werden geleidelijk vervangen door militaire professionals die als eenvoudige soldaten begonnen maar opklommen tot de hoogste rangen. Zij wisten uiteindelijk zelfs de keizerlijke macht te grijpen.

Macht in het Romeinse rijk was lange tijd in handen van de senatoren. Deze mannen waren afkomstig uit een beperkte groep rijke families. Ze hadden status en het netwerk om invloed uit te kunnen oefenen. Militaire ervaring kwam op de tweede plaats. De senaat was ook de kweekschool voor de toekomstige keizers: alleen mannen uit de ordo senatoriuskonden de keizerskroon dragen. Tot de derde eeuw na Christus. Dan worden deze senatoren ruw opzij gezet door mannen van een heel ander allooi: soldatenkeizers uit de ridderorde. Aan het eind van de derde eeuw is het Romeinse rijk bijna onherkenbaar veranderd: keizer Diocletianus voert grootschalige hervormingen door. Hij reorganiseert het leger en deelt de macht met zijn belangrijkste generaal. Zo wordt het rijk praktisch in tweeën gedeeld. Hoe kon het Romeinse rijk in één eeuw zo veel veranderen?

Link naar bericht.